Ga naar de inhoud

Gedoe gezocht: van zompige klei, naar vruchtbare grond

    gedoe gezocht

    Het paradoxale gevoel

    De meest rake typering van hoe gedoe wordt ervaren is misschien wel de ‘Zompige Klei’. Je wilt vooruit, maar elke stap kost drie keer zoveel kracht als normaal.

    Het gevaar: Als gedoe te lang duurt zonder dat het wordt omgezet in actie, verandert de ervaring van “vruchtbare frictie” in “organisatorische stroperigheid”. Mensen haken dan emotioneel af.

    Van zompige klei, naar vruchtbare grond

    We zijn er als mensheid eigenlijk wonderbaarlijk goed in getraind: het ontwijken van gedoe. Of het nu gaat om die ene stroeve samenwerking, een proces dat voor geen meter loopt of een visie waar je je stiekem niet in herkent; onze eerste impuls is bijna altijd om de koers te verleggen en de confrontatie te omijden. We sussen de boel, slikken onze kritiek in en troosten ons met de gedachte dat we de ‘lieve vrede’ bewaren. Het voelt op dat moment als de meest efficiënte route, maar onbewust trappen we in een diepe psychologische valstrik.

    Die drang om gedoe uit de weg te gaan, zit namelijk diep in onze biologie verankerd. Ons brein is een luie voorspellingsmachine die dol is op rust, regelmaat en het besparen van kostbare energie. Gedoe kost bakken met kracht; het vraagt om alertheid, emotionele zelfbeheersing en het lef om de sociale harmonie te verstoren. Voor onze verre voorouders was buiten de groep vallen een doodvonnis, en dat oerinstinct fluistert ons nog steeds toe dat we vooral ‘aardig’ gevonden moeten worden. We zijn collectief verslaafd aan harmonie, bang dat één kritische vraag de hele relatie of de sfeer in het team onherstelbaar zal beschadigen.

    In onze moderne werkcultuur komt daar nog een schepje bovenop: de religie van snelheid. We hebben volle agenda’s en strakke KPI’s, waardoor gedoe vooral wordt gezien als een vervelende vertraging. Het bespreken van onderliggende frictie kost tijd die we niet denken te hebben. We kiezen liever voor de snelle pleister dan voor de grondige operatie. Het sussen van de onrust voelt op de korte termijn als een overwinning van efficiëntie, maar het is een schijnoverwinning. Wat we op dat moment namelijk doen, is de innovatiekans van de dag vakkundig smoren onder een deken van beleefdheid.

    De ironie is dat we door klein gedoe te vermijden, bijna altijd de loper uitleggen voor groot gedoe in de toekomst. Een irritatie die niet wordt uitgesproken, verandert in wrok; een procesfout die wordt genegeerd, groeit uit tot een crisis. We houden het deksel op de put omdat we bang zijn voor de geur, maar ondertussen begint het beneden de oppervlakte alleen maar harder te borrelen. Gedoe vermijden is als rennen voor je eigen schaduw: het vreet energie en je raakt hem nooit kwijt. De echte winst zit niet in het bewaren van de rust, maar in het ontwikkelen van de vaardigheid om de schuring op te zoeken voordat de boel definitief vastloopt.

    Gedoe vermijden is als rennen voor je eigen schaduw: het kost ontzettend veel energie en je raakt hem nooit kwijt. Wat je vermijdt, groeit

    Naar vruchtbare grond

    Van persoonlijke aanval naar gedeeld belang
    De eerste stap in de transformatie is het loskoppelen van de persoon en het probleem. Wanneer we voelen dat anderen ons “dwarszitten”, schieten we in de verdediging en sluit ons creatieve brein zich af. De interventie hier is nieuwsgierigheid. In plaats van te focussen op de irritatie, stel je de vraag: “Welk belang wordt hier beschermd dat ik nog niet zie?” Door het gedoe te herformuleren als een botsing van legitieme belangen, haal je de angel uit de emotie. Vruchtbare grond ontstaat op het moment dat je stopt met vechten tegen de persoon en begint met het onderzoeken van de schuring. Zo wordt een conflict over een deadline plotseling een waardevol gesprek over prioriteiten en kwaliteit.

    Van tijdsverspilling naar strategische focus
    We leven in een wereld van snelle actielijstjes, waardoor een stroef gesprek al snel voelt als “zonde van de tijd”. Maar de echte vertraging zit niet in het gesprek zelf; die zit in het negeren van de olifant in de kamer, waardoor je later drie keer opnieuw moet beginnen.

    De kanteling maak je door de hiërarchie van je agenda aan te passen. De meest schurende discussie is vaak de belangrijkste van de week, omdat daar de besluiten worden genomen die de rest van de week vloeibaar maken. Door gedoe te bestempelen als een prioritair onderzoek, verander je de sfeer in de kamer van ongeduld naar focus. Je investeert tijd aan de voorkant om chaos aan de achterkant te voorkomen.

    Van vermoeidheid naar groeipotentieel
    Het gevoel van “ik word hier moe van” is vaak een teken dat je probeert een nieuw probleem op te lossen met een oude methode. De rek is eruit. Die vermoeidheid is het fysieke signaal dat de huidige organisatievorm of werkwijze zijn grens heeft bereikt.

    Vruchtbare grond ontstaat wanneer je die moeiteloosheid accepteert als het startschot voor innovatie. Het is het moment waarop je toegeeft: “Blijkbaar werkt wat we altijd deden hier niet meer.” Dat schept ruimte voor experimenten. De weerstand is niet langer een zware last, maar de noodzakelijke wrijving die nodig is om een nieuwe versnelling te vinden. Zo wordt de grens van je groei de springplank naar je volgende niveau.

    Ondersteuning of vervolg vragen?

    Meer weten over dit thema of een verzoek om hulp, training, begeleiding of interventie? Neem contact op met Richard Haeck via Mail

    Richard Haeck, Senior Trainer, Insights Practitioner, Ondernemer